Niettemin wordt C-158/25 voor een voorlopig besluit verwezen.

In deze zaak gaat het om een beroep tegen een beslissing waarbij een bestuurder (ook de aanvrager) wordt gelast de btw van de vennootschap te betalen op grond van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid. Deze Luxemburgse regeling is onderworpen aan de vraag of artikel 47 van het Handvest daarop van toepassing is (wanneer bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de btw-verplichtingen van hun onderneming indien zij deze schenden). Zo was verzoekster niet specifiek op de hoogte van de aanvallen van de onderneming, die… Lees verder? Log in om dit bestand te zien.

Plaats een reactie